Bezwaarschrift 1

Ingezonden brief in de Kampioen, nr. 12, december 2001


Het geschiedde in een flitsende kerstnacht…

De boze brief over de 'flitsgekte' in Kampioen 9 herinnert mij aan een leuke ervaring. In de kerstnacht van 1999 werd ik om kwart over een geflitst bij Bunnik. En inderdaad, ik reed 120 km/uur, 20 km/uur te hard dus. Toen in januari de beschikking op de mat viel, dacht ik: kom, ik schrijf een brief. Wie weet zit er een officier van justitie met enig gevoel voor humor. Ik schreef het volgende: 'Ruim een week geleden ontving ik uw beschikking wegens overschrijding van de maximum snelheid op autosnelwegen. En inderdaad, ik heb te hard gereden. Het was kerstnacht. Als predikante was ik voorgegaan in de kerstnachtdienst in de Oude Kerk te Brummen. Een volle dienst, die duurde van half elf tot middernacht. Daarna heb ik mijn kinderen (8 en 14 jaar oud) thuis opgehaald. De jongste had al wat geslapen. Om half een reden we weg uit Brummen om zo snel mogelijk in Wilnis te zijn, waar op kerstochtend mijn geliefde en toekomstige echtgenoot om 10 uur zou voorgaan in de kerstochtenddienst. Daar wilde ik uiteraard graag bij zijn en in de tussentijd ook nog graag wat slapen. In de auto had ik er daarom behoorlijk de gang in. Niet onverantwoord, uiteraard. niet harder dan 120 km/uur. Achterin zaten mijn kinderen in dekens gewikkeld tegen hun slaap te vechten, verlangend naar hun bed. "En het geschiedde..." Bij Bunnik stond ook in de kerstnacht een flitspaal aan, die onbarmhartig mijn overtreding registreerde. Ik teken dan ook geen beroep aan omdat er onterecht geflitst zou zijn, maar vraag om clementie, daar ik niet het gevoel heb dat ik onverantwoord gereden heb, en vraag u daarom voor een keer, van wege die overtreding in de kerstnacht, genade voor recht te laten gelden.' Het antwoord kwam een paar weken later: 'Het in het beroepschrift gestelde is van dien aard, dat de officier van justitie, bij hoge uitzondering, bereid is de onderhavige beschikking te vernietigen.' Een boete van Fl. 110,- kwijtgescholden. Wat een beetje humor al kan doen.

Mw. Y.M. Voorhaar, Ede